In 2015 meldde niet minder dan 17% van de werknemers in de EU dat ze gedurende ten minste een kwart van hun werktijd aan chemische producten of stoffen werden blootgesteld, een aandeel dat al sinds 2000 bijna hetzelfde is, en gaf 15% aan op het werk rook, gassen, poeder of stof in te ademen.

Sommige zeer gevaarlijke stoffen — zoals asbest of polychloorbifenyl (PCB) — zijn tegenwoordig verboden of onderhevig aan strikte controle. Andere mogelijk schadelijke stoffen worden echter nog steeds veel gebruikt, en er is wetgeving om goed beheer van de bijbehorende risico’s te waarborgen.

De risico’s voor de gezondheid

De gezondheidsproblemen die veroorzaakt kunnen worden door het werken met gevaarlijke stoffen, variëren van lichte irritatie van ogen en huid tot ernstige effecten zoals geboorteafwijkingen en kanker. De effecten kunnen acuut zijn of op de lange termijn optreden, en sommige stoffen hebben een cumulatief effect. Enkele van de meest voorkomende gevaren zijn:

Bij sommige gevaarlijke stoffen zijn veiligheidsrisico’s aanwezig, zoals het risico van brand, ontploffing of verstikking. Bovendien zijn aan één stof gewoonlijk meerdere van dergelijke risico’s verbonden.

Biologische agentia

In veel sectoren is sprake van bacteriën, virussen, schimmels en parasieten. Deze zijn gewoonlijk onzichtbaar, waardoor mogelijk geen rekening wordt gehouden met de risico’s ervan.

Het risico op blootstelling aan schadelijke biologische agentia is groter in bepaalde sectoren: gezondheidszorg, landbouw, dierengeneeskunde, schoonmaak en onderhoud, afval- en afvalwaterbeheer, tuinonderhoud en laboratoriumwerk.

Meer weten:

Opkomende risico’s

Nieuwe technologieën, groeiende sectoren en veranderingen in de manier waarop werk wordt georganiseerd kunnen leiden tot een groter risico op schade als gevolg van biologische of chemische agentia. In de milieusector kunnen innovatieve technologieën bijvoorbeeld leiden tot risico’s waar geen goed zicht op is. Om nog een voorbeeld te geven, steeds meer werknemers worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen in dienstverlenende beroepen zoals thuiszorg en afvalbeheer, waar sprake is van uiteenlopende vormen van blootstelling maar weinig bewustzijn bestaat van de gevaren. Meer dan ooit is het van belang dat werkgevers en werknemers op de hoogte zijn van de potentiële risico’s en preventieve actie ondernemen.

Meer informatie over opkomende risico’s, duurzame banen en nanomaterialen.

Meer informatie met betrekking tot opkomende risico’s:

Preventieve maatregelen en beheer van gevaarlijke stoffen

De eerste stap bij het beschermen van werknemers tegen gevaarlijke stoffen is het uitvoeren van een risicobeoordeling. Vervolgens moeten er acties worden ondernomen om de risico’s zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen. Ten slotte moet de situatie regelmatig worden gecontroleerd en moet de doeltreffendheid van de genomen stappen worden beoordeeld.

Zowel de lidstaten als EU-OSHA hebben modellen ontwikkeld om kleine en middelgrote ondernemingen te helpen bij het uitvoeren van risicobeoordelingen. De e-tool over gevaarlijke stoffen biedt werkgevers ondersteuning en advies voor een doeltreffend beheer van gevaarlijke stoffen op de werkplek. Er is een database van praktische tools en richtsnoeren met praktische maatregelen voor werkplekken, zoals richtsnoeren over risicobeoordelingen en mogelijkheden voor het vervangen (of elimineren van het gebruik) van gevaarlijke stoffen, casestudy’s en uiteenlopende instrumenten.

Lees meer op de OSHwiki-pagina over risicobeheertools voor gevaarlijke stoffen. 

Werkgevers dienen ook rekening te houden met kwetsbare groepen, zoals werknemers die jong zijn, zwanger zijn, borstvoeding geven of op grond van de wet speciale bescherming genieten. Ook met andere groepen werknemers, zoals migrerende werknemers, ongeschoolde of onervaren werknemers, en contractanten, zoals schoonmakers, moet rekening worden gehouden, zodat op hun behoeften toegespitste preventiemaatregelen kunnen worden genomen.

Hiërarchie van preventie

De Europese wetgeving aangaande bescherming van werknemers kent een hiërarchie van maatregelen die werkgevers moeten nemen om de risico’s van gevaarlijke stoffen voor werknemers te beheersen.

  • Bovenaan in de hiërarchie van beheersmaatregelen staan eliminatie en vervanging. Elimineer waar mogelijk het gebruik van gevaarlijke stoffen door het procedé of product te wijzigen waarin het product wordt verwerkt.
  • Vervang, als eliminatie niet mogelijk is, de gevaarlijke stof door een ongevaarlijke of minder gevaarlijke stof.
  • Als elimineren of vervangen van een stof of procedé niet mogelijk is, kan blootstelling worden voorkomen of verminderd door technische en organisatorische oplossingen. Dit zijn bijvoorbeeld het beheersen van de uitstoot bij de bron (gesloten systeem of plaatselijke afvoerventilatie) of het verminderen van het aantal werknemers dat aan de gevaarlijke stof wordt blootgesteld en van de duur en intensiteit van de blootstelling.
  • Waar blootstelling niet met andere middelen naar behoren beheerst kan worden, zijn persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) volgens de wet de laatste mogelijkheid.

Meer informatie:

Goede communicatie

Ten behoeve van hun veiligheid moeten werknemers op de hoogte worden gehouden van:

  • de bevindingen van de risicobeoordelingen van hun werkgever;
  • de gevaren waaraan zij zijn blootgesteld en hoe zij gevaar lopen;
  • wat ze moeten doen om hun eigen veiligheid en die van anderen te waarborgen;
  • hoe ze kunnen controleren of en waarnemen dat er iets mis is;
  • aan wie ze problemen moeten melden;
  • de resultaten van toezicht op blootstelling of gezondheid;
  • preventieve maatregelen die moeten worden genomen in geval van onderhoudswerk;
  • eerste hulp en procedures bij noodgevallen.

Lees e-fact van EU-OSHA over gevaarlijke stoffen en succesvolle communicatie op de werkplek

Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling

Voor een aantal gevaarlijke stoffen hebben de EU en de lidstaten grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (OEL’s) vastgesteld die in acht genomen moeten worden.
Ook in de Europese VGW-richtlijnen zijn bindende (dat wil zeggen strikt in acht te nemen) en indicatieve (dat wil zeggen na te streven) OEL’s voor gevaarlijke stoffen vastgelegd. OEL’s voor gevaarlijke stoffen bieden belangrijke informatie voor risicobeoordeling en -beheer. De meeste EU-lidstaten stellen hun eigen OEL’s vast, doorgaans met meer stoffen dan in de EU-richtlijnen zijn opgenomen. De OEL’s zijn echter vastgesteld voor slechts een beperkt aantal van de stoffen die momenteel op de werkplek gebruikt worden.

Kankerverwekkende stoffen

Veel gevaarlijke stoffen zijn ingedeeld als kankerverwekkende stoffen waaraan werknemers kunnen worden blootgesteld. Sommige daarvan worden door werkprocessen zelf gegenereerd.

In de EU gelden specifieke bepalingen ter bescherming van werknemers. Volgens de Richtlijn inzake carcinogenen moeten werkgevers de blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia beoordelen en deze voorkomen of tot een minimum beperken. Naast het toepassen van de hiërarchie van preventiemaatregelen geldt het volgende:

  • de werkgever vervangt een carcinogeen of mutageen agens voor zover dat technisch uitvoerbaar is door een stof die of een mengsel of procedé dat niet of minder gevaarlijk is;
  • indien dit niet mogelijk is, zorgt de werkgever ervoor dat de productie en het gebruik plaatsvinden in een gesloten systeem, voor zover dat technisch uitvoerbaar is;
  • indien de toepassing van een gesloten systeem niet technisch uitvoerbaar is, zorgt de werkgever ervoor dat de blootstelling van werknemers wordt beperkt tot een zo laag mogelijk niveau als technisch uitvoerbaar is.

Ook moeten werkgevers:

  • gevarenzones afbakenen en adequate waarschuwings- en veiligheidssignalen gebruiken;
  • de werkprocessen zodanig opzetten dat het vrijkomen van stoffen tot een minimum wordt beperkt;
  • zorgen voor passende verwijdering aan de bron van de carcinogene of mutagene agentia, waarbij rekening wordt gehouden met het milieu;
  • geschikte bestaande meetmethoden gebruiken (in het bijzonder voor de vroegtijdige opsporing van abnormale blootstellingen ten gevolge van een onvoorzien voorval of een ongeval);
  • individuele beschermingsmaatregelen gebruiken indien collectieve beschermingsmaatregelen niet volstaan;
  • zorgen voor hygiënemaatregelen (regelmatig reinigen);
  • voorzieningen voor noodgevallen treffen;
  • hermetisch gesloten en duidelijk zichtbaar gekenmerkte recipiënten gebruiken voor het opslaan, hanteren, vervoeren en verwijderen van afvalstoffen.

Tevens moeten werkgevers voldoen aan specifieke informatievereisten voor werknemers en instanties, en een dossier aanleggen van blootgestelde werknemers, metingen en resultaten van gezondheidstoezicht.

OSHwiki-artikelen: Asbest, Inhaleerbaar kristallijn silicastof

Naar het gedeelte van de website over beroepskanker

Lees meer over de Routekaart voor kankerverwekkende stoffen

Wettelijke waarborgen

Iedereen die betrokken is bij het beheren van gevaarlijke stoffen op werkplekken moet op de hoogte zijn van het wetgevend kader met betrekking tot gevaarlijke stoffen in de EU.

VGW-wetgeving is gericht op het beschermen van werknemers tegen veiligheids- en gezondheidsrisico’s in het algemeen en tegen de risico’s van gevaarlijke stoffen op de werkplek (bijv. de Richtlijn inzake chemische agentia, de Richtlijn inzake carcinogenen en de richtlijnen betreffende grenswaarden). Op grond van deze wetgeving moeten werkgevers risicobeoordelingen uitvoeren van alle veiligheids- en gezondheidsrisico’s, waaronder de risico’s van gevaarlijke stoffen, en passende maatregelen vaststellen voor bescherming en preventie. Vind samenvattingen van de toepasselijke EU-wetgeving.

Het doel is ervoor te zorgen dat risico’s bij de bron worden aangepakt en collectieve maatregelen — dat wil zeggen maatregelen waarmee een groep van werknemers op een systematische manier wordt beschermd — de eerste prioriteit te geven.

Op grond van de REACH-wetgeving en de CLP-verordening zijn fabrikanten en leveranciers van chemische producten verplicht te voorzien in gestandaardiseerde veiligheidsetiketten, gevaarpictogrammen en veiligheidsinformatiebladen. Deze bevatten informatie over de eigenschappen van stoffen en de gevaren die ermee samenhangen, evenals richtsnoeren voor opslag, behandeling en risicopreventie. Op specifieke aspecten, zoals productie, levering, vervoer en etikettering, zijn andere verordeningen en richtsnoeren van toepassing, die vaak ook relevant zijn voor de werkplek.

EU-verordeningen inzake veiligheid en gezondheid op het werk zijn in de nationale wetgeving geïncorporeerd, maar daarnaast hebben de lidstaten het recht om in hun wetgeving aanvullende of strengere bepalingen voor de bescherming van werknemers op te nemen. Daarom is het van belang dat ondernemingen rekening houden met de specifieke wetgeving in elk relevant land.

Meer weten over:

Meer mensen aan het werk krijgen en mensen langer aan het werk houden zijn sinds het einde van de jaren 90 twee belangrijke doelstellingen van nationaal en Europees beleid. In de EU-27 is de arbeidsparticipatie van mensen tussen de 55 en 64 jaar oud toegenomen van 40,5 % in 2005 tot 58,5 % in 2018. Hiermee is de arbeidsmarktdeelname van die leeftijdsgroep nog steeds veel lager dan die van de leeftijdsgroep van 20-64 jaar, die in 2018 72,6 % bedroeg.

De gegevensvisualisatietool van de VGW-barometer biedt enkele belangrijke gegevens over oudere werknemers en de beroepsbevolking: mediane leeftijd, arbeidsparticipatie van verschillende leeftijdsgroepen, totaal en geslacht.

Normale leeftijdgerelateerde veranderingen kunnen positief en negatief zijn

Veel eigenschappen, zoals wijsheid, strategisch denken, een holistische blik en het vermogen om afwegingen te maken, nemen op latere leeftijd toe of komen dan pas aan het licht. Ook werkervaring en expertise nemen met de jaren toe.

Bepaalde functionele vermogens (vooral fysieke en zintuiglijke) nemen echter wel af als gevolg van het natuurlijke verouderingsproces. Potentiële veranderingen in de functionele vermogens moeten in aanmerking worden genomen bij het beoordelen van de risico's (zie hieronder); het werk en de werkomgeving moeten worden aangepast en moeten op deze veranderingen inspelen.

De leeftijdgerelateerde veranderingen in functionele vermogens verschillen van persoon tot persoon, als gevolg van individuele verschillen in levensstijl, voeding, fitheid, genetische aanleg voor ziekten, opleidingsniveau en werk- en andere omstandigheden.

Oudere werknemers vormen geen homogene groep; er kunnen grote verschillen bestaan tussen personen van dezelfde leeftijd.

Ouder worden en werk

Leeftijdgerelateerde achteruitgang tast vooral de fysieke en zintuiglijke vermogens aan, die cruciaal zijn voor zwaar lichamelijk werk. De verschuiving van de grondstoffenindustrie en de verwerkende sector naar dienstverlening en een kenniseconomie, en de toegenomen automatisering en mechanisering van taken en het gebruik van elektrische apparatuur, hebben de behoefte aan zwaar fysiek werk verminderd.

In deze nieuwe context worden veel vermogens en vaardigheden die met oudere mensen worden geassocieerd, zoals goed met mensen kunnen omgaan, klantgerichtheid en bewustzijn van kwaliteit, steeds meer gewaardeerd.

Bovendien zijn veel leeftijdgerelateerde veranderingen voor de ene beroepsactiviteit relevanter dan voor de andere. Zo hebben veranderingen in het evenwichtsgevoel gevolgen voor brandweerlieden en reddingswerkers, die onder extreme omstandigheden werken, zware apparatuur moeten dragen en mensen moeten kunnen tillen; en is het minder goed kunnen beoordelen van afstanden en de snelheid van bewegende objecten relevant voor chauffeurs die 's nachts rijden, maar niet voor mensen die op een kantoor werken.

Leeftijdsbewuste risicobeoordeling

Leeftijd is slechts één aspect van een divers personeelsbestand. Leeftijdsbewuste risicobeoordeling betekent dat rekening wordt gehouden met leeftijdgerelateerde kenmerken van verschillende leeftijdsgroepen, inclusief potentiële veranderingen in de functionele vermogens en de gezondheidsstatus.

Oudere werknemers lopen onder meer de volgende risico's:

  • fysiek zwaar werk
  • gevaren van werken in ploegendienst
  • warme, koude of lawaaiige werkomgevingen

Omdat de verschillen tussen individuen toenemen naarmate de leeftijd stijgt, moeten aannames niet uitsluitend op leeftijd worden gebaseerd. Bij de risicobeoordeling moet gekeken worden naar de eisen die aan werk worden gesteld in relatie tot iemands functionele vermogens en gezondheidsstatus.

Kom meer te weten over de beschikbare tools op het gebied van Online interactive Risk Assessment (OiRA), leeftijdbewuste risicobeoordelingen en waarborgen voor iedereen.

Bevordering van het werkvermogen en van gezondheid op het werk

Het werkvermogen is de balans tussen werk en individuele capaciteiten en kenmerken; als het werk en de individuele capaciteiten en kenmerken goed op elkaar aansluiten, is het werkvermogen goed. De belangrijkste factoren die hierop invloed hebben, zijn:

  • gezondheid en functionele vermogens
  • onderwijs en vaardigheden
  • waarden, houding en motivatie
  • werkomgeving en -gemeenschap
  • de inhoud, eisen en organisatie van het werk

Het werkvermogen kan worden gemeten aan de hand van de werkvermogensindex. Uit de inhoud van het begrip werkvermogen komt naar voren dat maatregelen op het werk ter verbetering van het werkvermogen al deze factoren moeten bestrijken.

De gezondheid van mensen op latere leeftijd wordt beïnvloed door hun gezondheidgerelateerde gedrag op jongere leeftijd. De afname van functionele vermogens kan worden uitgesteld en geminimaliseerd door gezonde gewoonten, zoals regelmatig sporten en gezond eten. De werkplek speelt een essentiële rol in het bevorderen van een gezonde levensstijl en het ondersteunen van activiteiten die de fysieke achteruitgang tegengaan, waardoor mensen langer arbeidsgeschikt blijven. Gezondheidsbevordering op het werk bestrijkt uiteenlopende onderwerpen, zoals voedingspatroon, alcoholgebruik, stoppen met roken, voldoende sporten, herstel en slaap.

Aanpassing van werk en de werkomgeving

Van een goed ingerichte werkplek profiteren alle leeftijdsgroepen, ook oudere werknemers. Wanneer de werkvermogens veranderen, moet het werk ter compensatie ook worden veranderd, bijvoorbeeld aan de hand van:

  • functieroulatie of herschikking
  • meer kort verlof
  • betere organisatie van werk in ploegen, bijvoorbeeld via een snel wisselend systeem (2-3 dagen)
  • goede verlichting en goede lawaaibeheersing
  • een goed ergonomisch ontwerp van apparatuur

Terugkeerbeleid

Langdurige ziekte kan leiden tot mentale gezondheidsproblemen, sociale uitsluiting en vroegtijdig stoppen met werken. Bij de ondersteuning van de vergrijzende beroepsbevolking is het cruciaal om te bevorderen dat werknemers na een ziekte terugkeren. Voorbeelden van nationale initiatieven om te bevorderen dat mensen weer aan het werk gaan, zijn de 'fit note' in plaats van de 'sick note' in het VK en het Deense project Weer aan het werk.

Lees het rapport van EU-OSHA getiteld Weer aan het werk en kom meer te weten via het bijbehorende factsheet.

EU-OSHA is het agentschap van de Europese Unie dat informatie verstrekt over veiligheid en gezondheid op het werk. Ons werk draagt bij aan het strategisch kader van de Europese Commissie voor gezondheid en veiligheid op het werk 2021-2027 en andere relevante EU-strategieën en -programma’s.

In deze rubriek vindt u informatie over onze belangrijkste activiteiten en onze governancestructuur. Ons persbureau biedt u alle steun die u nodig hebt op het gebied van OSH. Neem contact met ons op of lees de laatste berichten. Ook kunt u meer te weten komen over de nationale focal points die helpen om onze doelstellingen te verwezenlijken. Of wilt u bij ons komen werken? In deze rubriek vindt u de informatie die u nodig hebt – of u nu wilt inschrijven op een opdracht of wilt solliciteren op een van onze vacatures.

 

Een van de belangrijkste doelstellingen van EU-OSHA is het identificeren en verstrekken van geloofwaardige, kwalitatief hoogstaande gegevens over de nieuwe en opkomende risico's op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk (VGW) die voorzien in de behoeften van beleidsmakers en onderzoekers en hen in staat stellen om tijdig doeltreffende maatregelen te nemen.

Hiertoe verzamelt en onderzoekt de Europese Waarnemingspost voor risico’s van EU-OSHA op basis van onderzoek en overleg met deskundigen gegevens over trends en onderliggende factoren die van invloed kunnen zijn op werkplekken en de veiligheid en gezondheid van werknemers. De Waarnemingspost produceert discussiestukken, verslagen, samenvattingen en visualisaties, gericht op beleidsmakers, sociale partners, onderzoekers en tussenpersonen op de werkplek op EU- en nationaal niveau, om hen de informatie en de instrumenten te verschaffen die nodig zijn om de geïdentificeerde nieuwe en opkomende uitdagingen doeltreffend aan te pakken.

Het uiteindelijke doel is om het bewustzijn van de waarschijnlijke invloed van verschillende soorten veranderingen (technologische, maatschappelijke, politieke en economische) op de veiligheid en gezondheid van Europese werknemers te bevorderen, alsmede om de tijdige preventie van toekomstige VGW-uitdagingen aan te moedigen, zodat werkplekken ook in de toekomst veilig en gezond blijven.

Opkomende risico's identificeren

Toekomstverkenning

EU-OSHA heeft een aantal foresight-projecten uitgevoerd om te beoordelen welke invloed nieuwe technologieën, nieuwe manieren van werken en maatschappelijke veranderingen in de toekomst op de veiligheid en gezondheid van werknemers kunnen hebben. Deze projecten zijn er niet alleen op gericht om nieuwe risico's te identificeren op het moment dat ze opkomen, maar proberen ook te anticiperen op veranderingen die in de toekomst gevolgen zouden kunnen hebben voor de veiligheid en gezondheid op het werk.

De foresight-projecten van EU-OSHA zijn gebaseerd op verschillende methoden, waaronder literatuuronderzoeken, overleg met deskundigen en het uitwerken van scenario's. EU-OSHA organiseert workshops om kennis te verzamelen, resultaten te promoten en een debat op gang te brengen.

Dit werkprogramma is opgezet om informatie te verstrekken voor beleidsvorming en om prioriteiten voor actie en onderzoek te helpen vaststellen. Verkennende onderzoeken kunnen een aanzienlijke invloed op beleid hebben: ze kunnen beleidsmakers bijvoorbeeld helpen om innovatieve oplossingen te vinden, en moedigen een strategische benadering op de lange termijn aan.

Thema’s die al aan bod komen in de serie toekomststudies zijnde circulaire economie, ICT/digitalisering, groene banen enklimaatverandering.

Daarnaast wordt in een reeks sectorspecifieke publicaties over de toekomst van land- en bosbouw gekeken naar nieuwe en opkomende kansen en risico’s. 

Deskundigenbeoordelingen

EU-OSHA publiceert deskundigenbeoordelingen om onder VGW-deskundigen en beleidsmakers in de hele EU een debat op gang te brengen over de toekomst van arbeid en opkomende problemen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk. In de conclusies van deze beoordelingen worden vaak suggesties voor verder onderzoek gedaan of worden bepaalde maatregelen voorgesteld.

In deze serie deskundigenbeoordelingen is reeds aandacht besteed aan onderwerpen zoals crowdsourcing, robottechnologie en prestatiebevorderende middelen, driedimensionaal printen, bewakingstechnologieën en detailhandel op internet.

Bekijk alle deskundigenbeoordelingen over opkomende risico's

Er doen zich vaak nieuwe ontwikkelingen voor in de behandelde thema's. Schrijft u zich in voor onze waarschuwingsdienst om hiervan op de hoogte te blijven.

Meer informatie over OSH-thema's vindt u op OSHwiki.

De Awards voor goede praktijken zijn een eerbetoon aan toonaangevende voorbeelden van managers en werkgevers die samenwerken om voor gezonde en veilige werkomstandigheden te zorgen. Door de voordelen ervan op de voorgrond te plaatsen dragen de Awards ertoe bij dat meer bedrijven onderkennen dat goede VGW-praktijken een essentieel aspect vormen van een succesvol bedrijf. Wij verwelkomen inzendingen van werkgevers en werknemers uit heel Europa, alsook van de sociale partners, vakmensen en adviseurs op het gebied van VGW-praktijken.

Tijdens het Doclisboa-documentairefilmfestival wordt de filmprijs “Een gezonde werkplek” toegekend aan de beste documentaire over een werkgerelateerd onderwerp. Inzendingen moeten veiligheid en gezondheid op de werkplek onder de aandacht brengen en de nadruk leggen op de mens in een veranderende werkomgeving. Eerdere winnaars hebben zich laten inspireren door de meest uiteenlopende gebieden in de wereld van het werk.

De boodschap van de campagnes voor een gezonde werkplek is: Veilig en gezond aan ’t werk, dat raakt iedereen. Goed voor jou en voor de zaak. Wij helpen u deze boodschap uit te dragen met de praktische gidsen en tools die wij gratis beschikbaar stellen. Tijdens elke campagne worden de awards voor goede praktijken en de filmprijs “Gezonde werkplekken” uitgereikt.

De campagnes zijn inmiddels de omvangrijkste ter wereld in hun soort. Doe mee! Organiseer uw eigen campagne met onze OSH-campagnetoolkit!

De campagnes voor een gezonde werkplek worden sinds 2000 georganiseerd, oorspronkelijk onder de titel “Europese Week voor veiligheid en gezondheid op het werk”.

Lees hieronder meer over de campagnes.

2026-2028: Samen voor mentale gezondheid op het werk

De campagne voor een gezonde werkplek 2026-2028 “Samen voor mentale gezondheid op het werk” is bedoeld om mensen bewuster te maken van de gevolgen van psychosociale risico’s en om de totstandbrenging van steunende, inclusieve en mentaal gezonde werkomgevingen in alle sectoren te bevorderen.

Deze campagne ondersteunt het bredere strategische kader van de Europese Commissie voor gezondheid en veiligheid op het werk voor 2021-2027. Het thema van de campagne is uitermate actueel, nu uit gegevens van de enquête “Vinger aan de pols 2025” blijkt dat de mentale gezondheid in Europa erop achteruitgaat: 37 % van de Europese werknemers geeft aan last te hebben van algehele vermoeidheid en 29 % ondervindt stress, depressiviteit of angst.

De vijf prioriteitsgebieden van deze campagne zijn:

  • beoordeling en beheer van psychosociale risico’s,
  • intimidatie, seksuele intimidatie en geweld,
  • fysieke risico’s en mentale gezondheid,
  • psychosociale risico’s in de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening,
  • ondersteuning van mentale gezondheid op het werk.

2023 - 2025: Veilig en gezond werken in een digitale samenleving

In het kader van de campagne voor een gezonde werkplek voor de periode 2023-2025 wordt gestreefd naar een groter bewustzijn van de impact van nieuwe digitale technologieën op het werk en de werkplek, alsook van de uitdagingen en kansen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk (VGW) die daarmee gepaard gaan. De campagne fungeert ook als platform voor de uitwisseling van goede praktijken.

In lijn met de nulvisie voor werkgerelateerde sterfgevallen die wordt uitgedragen door het strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2021-2027 en de doelstellingen van de Europese digitale strategie tracht de campagne VGW een plaats te geven in het bredere beleidsdebat dat in de EU wordt gevoerd. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de genderdimensie en de behoeften van specifieke groepen werknemers die een verhoogd risico lopen.

De campagne is opgebouwd rond vijf prioritaire gebieden:

  • digitaalplatformwerk,
  • geavanceerde robotica en artificiële intelligentie,
  • werken op afstand,
  • slimme digitale systemen en
  • werknemersbeheer via artificiële intelligentie.

De campagne stoelt voornamelijk op de bevindingen en het materiaal van het VGW-overzicht op het gebied van digitalisering 2020-2023, maar maakt ook gebruik van door EU-OSHA verricht onderzoek op andere gebieden, zoals zijn toekomststudies en het VGW-overzicht op het gebied van nalevingsondersteuning.

2020-2022: Gezond werk: verlicht de last!

De campagne 2020-2022 spitst zich toe op de preventie van werkgerelateerde skelet- en spieraandoeningen. 

Skelet- en spieraandoeningen behoren nog steeds tot de meest voorkomende werkgerelateerde gezondheidsproblemen in Europa.

Een belastende lichaamshouding, repetitieve bewegingen of vermoeiende of pijnlijke houdingen en het tillen en verplaatsen van zware lasten zijn veel voorkomende risico’s op de werkplek die spier- en skeletaandoeningen kunnen veroorzaken. Omdat werkgerelateerde spier- en skeletaandoeningen zo wijdverbreid zijn, is het duidelijk dat er meer bekendheid moet worden gegeven aan hoe ze kunnen worden voorkomen.

De campagne geeft een volledig beeld van de oorzaken van dit hardnekkige probleem. Het doel is degelijke informatie over het thema te verspreiden, een geïntegreerde benadering van het probleem te bevorderen en praktische instrumenten en oplossingen aan te reiken die op de werkplek resultaat leveren. 

Lees meer over werkgerelateerde skelet- en spieraandoeningen

2018 - 2019: Gezonde werkplekken, gevaarlijke stoffen, zo pak je dat aan!

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen komt op Europese werkplekken veel meer voor dan mensen denken. Er moet dan ook meer worden gedaan om werknemers tegen dergelijke gevaren te beschermen. De campagne 2018-2019, “Gezonde werkplekken, gevaarlijke stoffen, zo pak je dat aan!” was bedoeld om mensen bewuster te maken van gevaarlijke stoffen op de werkplek en de daaraan verbonden risico’s en om een preventiecultuur te bevorderen door de verspreiding van campagnemateriaal te verspreiden en door promotie- en betrokkenheidsactiviteiten. Dankzij de campagne is er kennis verzameld over de effectieve aanpak van gevaarlijke stoffen, met informatie over het bestaande rechts- en beleidskader, oplossingen die als goede praktijken worden beschouwd, tools en instrumenten, en ideeën voor geslaagde communicatie- en voorlichtingsactiviteiten.

In de campagne werd met name aandacht besteed aan kwetsbare groepen, vervanging van gevaarlijke stoffen en kankerverwekkende stoffen en werkgerelateerde kanker, die bovenaan staat op de lijst van dodelijke beroepsziekten in de EU. Als direct uitvloeisel van de campagne blijft EU-OSHA een actief partner van de Routekaart voor kankerverwekkende stoffen, een Europees actieprogramma om blootstelling aan dergelijke stoffen terug te dringen.

Lees meer over het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen op het werk

2016 - 2017: Gezond werk, voor alle leeftijden

Met de campagne “Gezond werk, voor alle leeftijden” werd het belang van duurzaam werk uitgedragen, dat wil zeggen: veilige en gezonde werkomstandigheden gedurende het hele arbeidsleven. Doordat de Europese beroepsbevolking vergrijst en de pensioengerechtigde leeftijd omhoog gaat, wordt het steeds belangrijker dat mensen in veilige, gezonde en eerlijke omstandigheden kunnen werken. Zo kunnen zij langer aan de slag blijven en in goede gezondheid met pensioen gaan.
In de campagne werd vooral ingegaan op manieren om te zorgen voor veiligheid en gezondheid op het werk in het licht van een vergrijzende beroepsbevolking en werd het uitwisselen van informatie en goede praktijken bevorderd. De demografische veranderingen laten zich op de meeste werkplekken in Europa voelen. Door maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat duurzaam wordt gewerkt, kunnen bedrijven en organisaties de negatieve effecten echter tot een minimum beperken en de productiviteit verhogen, zodat het werk voor iedereen veiliger en gezonder wordt. 

 Lees meer over vergrijzing en veiligheid en gezondheid op het werk

2014 - 2015: Gezond werk is werk zonder stress!

Een slechte psychosociale werkomgeving kan aanzienlijke negatieve effecten hebben op de gezondheid van werknemers.

Psychosociale risico’s doen zich voor op iedere werkplek, maar ze kunnen met bescheiden middelen succesvol in kaart worden gebracht en aangepakt. In het kader van deze campagne werd ondersteuning verleend en werden werknemers en werkgevers richtsnoeren aan de hand gedaan voor het tegengaan van werkgerelateerde stress en psychosociale risico’s, en werd het gebruik van praktische, gebruiksvriendelijke hulpmiddelen gestimuleerd om die doelstelling te bereiken.

 Lees meer over psychosociale risico’s en stress op het werk

2012 - 2013: Samen sterk voor preventie

De campagne van het agentschap voor 2012-2013 was gericht op risicopreventie. Simpel gezegd gaat het bij preventie over het beheren van werkgerelateerde risico’s met het uiteindelijke doel om het aantal werkgerelateerde ongevallen en beroepsziekten terug te dringen.

De eindverantwoordelijkheid voor het beheren van risico’s ligt bij werkgevers en directies, maar hun inspanningen zijn gedoemd te mislukken als werknemers niet actief meedoen.

Daarom werd in deze campagne de nadruk gelegd op het belang van leiderschap van het bedrijfsbestuur en bedrijfseigenaren, in combinatie met een actieve werknemersparticipatie.

Lees meer over leiderschap en werknemersparticipatie

2010 - 2011: Veilig onderhoud

Onderhoud is een zeer veel voorkomende activiteit: iedere werkplek en branche, en werknemers op elk niveau hebben ermee te maken (en dus niet alleen de werknemers bij wie “onderhoud” in de functieomschrijving staat).

In deze campagne lag de nadruk op het belang van veilig onderhoud als de kern van een goede praktijk op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk.

Hoewel de nadere invulling per branche verschilt (afhankelijk van bijvoorbeeld de soorten machines die worden gebruikt), werden in deze campagne beginselen vastgesteld die op alle verschillende werkplekken van Europa gelden voor goed onderhoud.

Doelstellingen van de campagne:

  • bewustmaking van het belang van onderhoud voor de veiligheid en gezondheid van werknemers, van de aan onderhoud verbonden risico’s en van de noodzaak om onderhoud op een veilige manier uit te voeren;
  • bewustmaking van de juridische en andere verplichtingen van werkgevers tot het verrichten van veilig onderhoud, en van het feit dat dit ook uit zakelijk oogpunt zinvol is;
  • bevordering van een eenvoudige, systematische aanpak voor veiligheids- en gezondheidsbeheer bij onderhoudswerkzaamheden op basis van een adequate risicobeoordeling (de “vijf basisregels”).

De uiteindelijke doelstelling bestaat er uiteraard in het aantal mensen dat letsel of gezondheidsschade oploopt als gevolg van gebrekkig of niet-uitgevoerd onderhoud, nu en in de toekomst steeds verder terug te dringen.

Meer informatie:

2008 - 2009: Risicobeoordeling

Risicobeoordeling is het fundament van het veiligheids- en gezondheidsbeheer op het werk.

Het algemene doel van deze campagne was het bevorderen van een geïntegreerde, door het management aangestuurde risicobeoordeling en het ondersteunen van organisaties bij de systematische uitvoering van dergelijke beoordelingen en bij het gevolg geven aan de resultaten ervan.

De campagne was erop gericht werkgevers voor te lichten over hun wettelijke verplichting om risicobeoordelingen uit te voeren, maar was ook bedoeld om verkeerde beeldvorming rond het proces van risicobeoordeling tegen te gaan. Risicobeoordeling hoeft geen ingewikkelde of bureaucratische taak te zijn of een taak die alleen voor deskundigen is weggelegd. De campagne stelde een eenvoudige, stapsgewijze aanpak voor, waarbij het personeel wordt geraadpleegd en betrokken.

Uit deze campagne is ook onze interactieve onlinetool voor risicobeoordeling (OiRA) voortgekomen. Deze kan worden beschouwd als het antwoord van de 21e eeuw op de uitdaging om veiligheid en gezondheid op het werk bij micro- en kleine ondernemingen te bevorderen. Het OiRA-project heeft de potentie om vele duizenden kleine ondernemingen in de hele EU te helpen op een eenvoudige en kosteneffectieve manier risicobeoordelingen uit te voeren.

Meer informatie:

2007 - 2008: Initiatief voor veiligheid en gezondheid op de werkplek

Het initiatief voor veiligheid en gezondheid op de werkplek was erop gericht werkgevers en werknemers in kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) eenvoudig toegang te verlenen tot informatie over hoe ze hun werkplekken veiliger, gezonder en productiever kunnen maken.

Dit initiatief werd gelanceerd in twaalf EU-lidstaten: Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, en in Kroatië en Turkije.

De campagne richtte zich op kmo’s met de boodschap: “Veilig en gezond aan het werk, dat raakt iedereen. Goed voor jou en voor de zaak!”

Lees meer over veiligheid en gezondheid binnen kleine en micro-ondernemingen

2007: Vertil je niet! (skelet- en spieraandoeningen)

Skelet- en spieraandoeningen, dat wil zeggen aandoeningen waarbij sprake is van aantasting van de spieren, gewrichten, pezen, gewrichtsbanden en zenuwen, vormen in vrijwel alle EU-lidstaten de belangrijkste oorzaak van ziekteverzuim op het werk.

Deze campagne was erop gericht een geïntegreerde managementaanpak van dit probleem te bevorderen, waarbij de nadruk werd gelegd op de gedachte dat werkgevers, werknemers en overheid samen moeten werken om skelet- en spieraandoeningen aan te pakken.

In de campagne werd aandacht besteed aan het concept van het “lastenbeheer”: hierbij worden niet alleen lasten die bijvoorbeeld worden gedragen, in ogenschouw genomen, maar ook de totale belasting van de omgevingsfactoren voor het lichaam en het tempo waarin taken worden uitgevoerd.

Daarnaast benadrukte zij het belang van een managementaanpak voor het aan het werk houden, de revalidatie en de terugkeer naar het werk van mensen die lijden of hebben geleden aan skelet- en spieraandoeningen.

Lees meer over werkgerelateerde skelet- en spieraandoeningen

2006: Start veilig – Jongeren

Deze campagne was erop gericht ervoor te zorgen dat jonge mensen een veilige en gezonde start kunnen maken met hun arbeidsleven.

Jongeren zijn met name kwetsbaar in werkomgevingen waarin voor hen ontoereikende voorzieningen op het gebied van veiligheid en gezondheid zijn getroffen.

Veel van de ongevallen en gezondheidsproblemen van jonge werknemers kunnen echter worden voorkomen, en jongeren staan open voor informatie over veiligheid en gezondheid op het werk, en zullen zichzelf beschermen wanneer ze de potentiële gevaren kennen.

Deze campagne was gericht op het bevorderen van het risicobewustzijn onder jongeren en werkgevers op het werk, op scholen en op universiteiten: het was de bedoeling jongeren in een vroeg stadium te bereiken, om hen zo te doordringen van een cultuur van risicopreventie.

Lees meer over jongeren en veiligheid en gezondheid op het werk

2005: Weg met de herrie!

Niet alleen werknemers in de industrie, zoals in de bouw of in fabrieken, lopen dit risico. Lawaai kan in veel werkomgevingen een probleem vormen, van fabrieken tot boerderijen, en van callcenters tot concerthallen.

Deze campagne richtte zich op het vraagstuk van het beheersen van geluid op het werk, met de slogan “Geluidshinder op het werk – dat gaan niet alleen ten koste van uw gehoor”.

Lees meer over lawaaiproblemen op OSHwiki

2004: Veilig bouwen

De bouw is een van de grootste Europese industrieën.

Helaas presteert deze sector ook het slechtst op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, een probleem dat bedrijven en belastingbetalers jaarlijks miljarden euro’s kost, nog afgezien van het enorme menselijke leed dat daardoor wordt veroorzaakt.

Deze campagne was bedoeld om alle stakeholders in de bouwsector te helpen een veiligere, gezondere en productievere werkomgeving te creëren.

Meer informatie: OSHwiki

2003: Gevaarlijke stoffen – wees voorzichtig!

In heel Europa worden miljoenen werknemers op hun werkplek blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Als de daarmee samenhangende risico’s niet in de hand worden gehouden, kan dat allerlei gevaren inhouden voor de gezondheid van mensen.

De Europese wetgeving voorziet in verplichtingen voor werkgevers om dergelijke risico’s te beheersen, en er is een overvloed aan richtsnoeren en leidraden voor werkgevers en werknemers opgesteld. Willen we de gezondheid van werknemers echt beschermen, moet hier echter wel naar worden gehandeld.

Een centraal doel van deze campagne was bewustmaking van de risico’s en aanzetten tot actie om de gezondheidsrisico’s van het gebruik van gevaarlijke stoffen terug te dringen.

Lees meer over het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen op het werk

2002: Werken aan stress

Jaarlijks gaan miljoenen werkdagen verloren door stress.

Veel te veel slachtoffers lijden in stilte en te veel bedrijven beseffen te weinig hoe nadelig stress voor hun bedrijfsprestaties is.

Deze campagne richtte zich op de preventie en het beheersen van stress op de werkplek.

Lees meer over psychosociale risico’s en stress op het werk

2001: Succes komt niet per ongeluk

Ieder jaar komen in de Europese Unie duizenden mensen om het leven bij ongevallen op het werk en doen zich miljoenen arbeidsongevallen voor die uitmonden in een ziekteverzuim van meer dan drie dagen.

Het probleem is met name urgent in kleine en middelgrote ondernemingen.

Deze campagne was gericht op de preventie van werkgerelateerde ongevallen.

Lees meer over dit onderwerp op OSHwiki

2000: Zet je schrap tegen fysieke overbelasting

Skelet- en spieraandoeningen behoren tot de meest voorkomende werkgerelateerde aandoeningen. Ze treffen miljoenen Europese werknemers in alle bedrijfstakken, en kosten werkgevers miljarden euro’s.

Het probleem zou echter grotendeels kunnen worden voorkomen wanneer de bestaande regelgeving op het gebied van veiligheid en gezondheid en richtsnoeren voor goede praktijken in acht zou worden genomen.

De eerste campagnes van EU-OSHA waren gericht op het effectieve beheer van de risico’s van skelet- en spieraandoeningen.

Lees meer over werkgerelateerde skelet- en spieraandoeningen

Hoewel de werknemers van EU-OSHA uiteenlopende profielen hebben, beschikken zij allemaal — van projectmanagers tot communicatiemedewerkers en administrateurs — over de vaardigheden, de passie en het enthousiasme die/dat we nodig hebben om de arbeidsplaatsen in Europa veiliger, gezonder en productiever te maken.

Meer informatie over een carrière bij de Europese Unie is te vinden op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO).

Lees meer over onze regels voor gedetacheerde nationale deskundigen.

Lees meer over onze regels voor stages.

Lees meer over onze regels voor gastdeskundigen.

Artikel 153 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie stelt de EU in staat richtlijnen aan te nemen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk (VGW). De Kaderrichtlijn, met het brede toepassingsgebied, en verdere richtlijnen gericht op specifieke aspecten van veiligheid en gezondheid op het werk vormen de basis van Europese wetgeving ten aanzien van veiligheid en gezondheid.

Het is lidstaten toegestaan strengere regels te hanteren ter bescherming van werknemers wanneer zij Europese richtlijnen omzetten in nationaal recht. Daarom kunnen wettelijke vereisten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk in de verschillende Europese lidstaten variëren.

Richtlijnen per onderwerp

De samenvattingen zijn alleen beschikbaar in het Engels, maar de links aan het eind van elke samenvatting leiden naar de volledige tekst van de richtlijn in alle EU-talen.

Naast de kaderrichtlijn is er een reeks individuele richtlijnen aangenomen die gericht zijn op specifieke aspecten van veiligheid en gezondheid op het werk. Dat neemt niet weg dat de kaderrichtlijn blijft gelden voor alle terreinen die onder de individuele richtlijnen vallen. In het geval dat de individuele richtlijnen strengere en meer specifieke bepalingen bevatten, hebben deze speciale bepalingen voorrang. Aan de hand van de individuele richtlijnen worden de beginselen van de kaderrichtlijn op het volgende toegespitst:

  • Specifieke taken (bv. het manueel hanteren van lasten)
  • Specifieke gevaren op het werk (bv. blootstelling aan gevaarlijke stoffen of fysieke agentia)
  • Specifieke werkplaatsen en sectoren (bv. tijdelijke werklocaties, winningsindustrieën, vissersvaartuigen)
  • Specifieke groepen werknemers (bv. zwangere vrouwen, jonge werknemers, werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd)
  • Bepaalde werkgerelateerde aspecten (bv. de organisatie van de arbeidstijd)

In de individuele richtlijnen wordt gedefinieerd hoe deze risico‘s moeten worden beoordeeld en in sommige gevallen worden de grenswaarden voor bepaalde stoffen of agentia vastgesteld.

De Europese Commissie heeft haar drie belangrijkste acties op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk aangekondigd in haar mededeling Veiliger en gezonder werk voor iedereen – Modernisering van de wetgeving en het beleid van de EU inzake veiligheid en gezondheid op het werk, die is gebaseerd op de ex-postevaluatie van de EU-richtlijnen inzake veiligheid en gezondheid op het werk (Refit-evaluatie).

Daarnaast heeft een reeks EU-richtlijnen op grond van artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betrekking op veiligheids- en gezondheidsaspecten. Op deze rechtsgrondslag is in het kader van de zogeheten ‘Nieuwe aanpak’ een reeks technische richtlijnen aangenomen. Op grond hiervan kunnen de Europese normalisatie-instellingen – het Europees Comité voor Normalisatie (CEN), het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (Cenelec) en het Europees Instituut voor Telecommunicatienormen (ETSI) – de Europese normen vaststellen en op regelmatige basis aanpassen.

Europees wetgevingsproces 

In de communautaire strategie voor veiligheid en gezondheid op het werk 2021-2027 wordt het politieke kader voor het Europese beleid inzake veiligheid en gezondheid uiteengezet. Alle wetsinitiatieven op Europees niveau beginnen bij een wetsvoorstel dat wordt opgesteld door de Europese Commissie. Het zijn de Raad en het Europees Parlement die vervolgens op grond van de gewone wetgevingsprocedure de EU-richtlijnen aannemen. In sommige gevallen wordt de wetgevende macht om richtlijnen aan te nemen ten behoeve van de technische voortgang gedelegeerd aan de Europese Commissie.

De Europese sociale partners spelen een voorname rol binnen het Europese besluitvormingsproces inzake veiligheid en gezondheid op het werk, aangezien zij gedurende meerdere fasen worden geraadpleegd. Ook voorziet het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in de mogelijkheid om autonome overeenkomsten te sluiten. Tot op heden heeft de Europese sociale dialoog geresulteerd in de goedkeuring van diverse autonome overeenkomsten.

Historische achtergrond van de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid

De eerste Europese richtlijnen inzake veiligheid en gezondheid op het werk zijn aangenomen op basis van de algemene bepalingen inzake harmonisering van de markt. Dit kwam doordat tot halverwege de jaren 1980 geen uitdrukkelijke wettelijke bevoegdheid op het vlak van veiligheid en gezondheid op het werk in het Verdrag was vastgelegd. Tot die tijd werden veiligheid en gezondheid op het werk gezien als een bijwagen van de marktharmonisering en het economische beleid van de Europese Economische Gemeenschap. Op deze basis werden bijvoorbeeld Richtlijn 77/576/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de veiligheidssignalering op de arbeidsplaats, en Richtlijn 78/610/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de bescherming van de gezondheid van werknemers die aan vinylchloridemonomeer zijn blootgesteld, aangenomen.

De Europese Akte van 1987 betekende een grote stap voorwaarts in de zin dat er een nieuwe wetsbepaling werd geïntroduceerd inzake het sociaal beleid van het Verdrag. Deze was gericht op verbetering van met name het arbeidsmilieu, met als doel de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen. Door deze bepaling in het Verdrag op te nemen werd het belang van veilige arbeidsomstandigheden expliciet gemaakt. Bovendien werd de Europese Commissie door het nieuwe sociale hoofdstuk bevoegd om de sociale dialoog tussen werkgevers en vakbonden op Europees niveau te bevorderen.

Aan de hand van het Verdrag van Amsterdam van 1997 werd de wettelijke bevoegdheid op het vlak van Europees sociaal beleid verder uitgebreid door de opname van de sociale overeenkomst in het EG-Verdrag. In het Verdrag van Lissabon blijft, afgezien van de hernummering van de artikelen inzake sociaal beleid, de inhoud van de bepalingen van de oude artikelen 136 en volgende van het VEG (nu artikelen 151 en volgende van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) behouden.