Nationale focal points

National Focal Points

EU-OSHA heeft in iedere lidstaat een nationaal focal point. De gegevens daarvan zijn vrij toegankelijk.

De focal points worden door de nationale regeringen aangeduid als officiële vertegenwoordiger van EU-OSHA in dat land. Gewoonlijk gaat het om de bevoegde nationale autoriteit voor veiligheid en gezondheid op het werk. De focal points leveren een fundamentele bijdrage aan de tenuitvoerlegging van de werkprogramma's van EU-OSHA.

Wat is de rechtsgrondslag van de nationale focal points?

Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk bepaalt dat er een nationaal focal point wordt opgericht. Het gaat daarbij om de bevoegde nationale autoriteit of om een door die autoriteit aangewezen nationale instelling.

Het nationale focal point moet rekening houden met het standpunt van de nationale sociale partners, in overeenstemming met de nationale wetgeving en/of praktijk.

Hoe gaan de nationale focal points te werk?

Elke focal point beheert zijn eigen drieledige netwerk bestaande uit overheidsorganen en vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties. Dit nationale netwerk weerspiegelt de situatie in de lidstaat en wordt niet vastgesteld door EU-OSHA.

Via dit netwerk krijgt EU-OSHA input voor zijn werkzaamheden en kan het producten en informatie verspreiden onder de nationale belanghebbenden. Daarnaast worden de focal points ook betrokken bij de planning en de tenuitvoerlegging van EU-OSHA-campagnes en duiden ze nationale deskundigen aan voor de werkgroepen en seminars van het agentschap.

Wat gebeurt er in derde landen?

Noorwegen, IJsland en Liechtenstein hebben als EER-landen ook nationale focal points die volwaardig deelnemen aan het netwerk van focal points van EU-OSHA, en op dezelfde manier behandeld worden als de EU-lidstaten. Zwitserland neemt als EVA-land ook deel aan het netwerk van focal points van EU-OSHA.

EU-OSHA heeft ook nationale focal points in de Westelijke Balkan en Turkije via een programma dat gefinancierd wordt via het instrument voor pretoetredingssteun (IPA). Momenteel nemen de volgende landen deel: Albanië, Noord-Macedonië, Kosovo (overeenkomstig resolutie 1244/99 van de VN-Veiligheidsraad), Montenegro, Servië en Turkije.

Doel van de samenwerking is deze landen te bereiden op een volwaardige deelname aan het EU-OSHA-netwerk en aan de ontwikkeling van een risicopreventiecultuur bij te dragen. De ondersteunde activiteiten betrekken zich meestal op informatie-uitwisseling en VGW-voorlichtingsactiviteiten in overeenstemming met de campagnes voor een gezonde werkplek.