In de film moeten risico's aan bod komen waarmee mensen op hun werkplek worden geconfronteerd (zoals fysieke, chemische, mechanische of psychosociale risico's). Andere mogelijke onderwerpen zijn rechten van werknemers, veiligheid en gezondheid op de werkplek of de gevolgen van politieke en economische verandering voor de manier waarop we werken. Een andere mogelijke invalshoek zijn de sectoren die een belangrijke rol spelen in het economische, culturele en politieke leven in Europa (denk aan onderwijs, landbouw, bouwnijverheid en de gezondheidszorg), of groepen die met specifieke uitdagingen te maken hebben, zoals gastarbeiders, vrouwen, werknemers met een handicap, jonge of juist oudere werknemers.

De Filmprijs gezonde werkplekken (Healthy Workplaces Film Award) wordt toegekend aan een zelfgeschreven, creatieve en artistieke documentaire die onder Europese burgers een gesprek op gang brengt over het belang van veiligheid en gezondheid op het werk. De film moet een duidelijke visie hebben en de jury weten te overtuigen door zijn meeslepende verhaal, sterke karakters en uitmuntende filmvaardigheden op het gebied van camerawerk, geluid en montage. 

De winnaar van de Filmprijs gezonde werkplekken geeft EU-OSHA kosteloos het recht om:

  • plaats een trailer of een fragment van maximaal vijf minuten uit de winnende film en stills (filmfoto’s) op de website van EU-OSHA, in persberichten of in de EU-OSHA-nieuwsbrief.
  • vertoon de trailer of de volledige winnende film tijdens niet-openbare en niet-commerciële evenementen die door EU-OSHA en het netwerk van focal points in de EU, EER en kandidaat- en potentiële kandidaat-lidstaten worden georganiseerd.
  • laat de winnende film in een aantal Europese talen ondertitelen en ken aan EU-OSHA de niet-exclusieve, niet-commerciële en niet op vertoning in bioscopen gerichte licentierechten toe voor het verlenen van toegang (op een met een wachtwoord beveiligd elektronisch platform) aan het voornoemde netwerk en aan andere officiële partners.

In ruil hiervoor kunnen voor toekomstig gebruik de rechten op de ondertitels kosteloos door de filmmaker/rechthebbende van de winnende film worden verkregen.

De uiterste termijn om mee te dingen naar de Awards voor goede praktijken in het kader van de campagne ‘Een gezonde werkplek’ is verstreken.

Welke soorten goede praktijken kunnen worden ingezonden?

Alle voorbeelden uit de praktijk van doeltreffende manieren om werkgerelateerde stress en psychosociale risico’s tegen te gaan, kunnen worden ingezonden. Inzendingen moeten duidelijk aantonen hoe de goede praktijken zijn toegepast op de werkplek (hypothetische voorbeelden worden niet in behandeling genomen) en moeten bewijs bevatten van:

  • een grondige analyse van psychosociale risico’s op de werkplek, gevolgd door praktische maatregelen die tot doel hadden psychosociale risico’s te voorkomen of te verminderen en die op basis van een participatieve benadering ten uitvoer zijn gelegd;
  • organisatorische maatregelen die tot doel hadden werkgerelateerde stress te verminderen, waaronder primaire (risico’s vermijden), secundaire (werknemers beschermen tegen risico’s die niet kunnen worden vermeden) en tertiaire (werknemers helpen die last hebben van stress of psychosociale problemen) interventieniveaus;
  • organisatorische maatregelen die gericht waren op de rol van managers in het hogere en middenkader bij het tot stand brengen van een goede psychosociale werkomgeving;
  • de tenuitvoerlegging van een holistische benadering van veiligheid en gezondheid op het werk, met inbegrip van de analyse en aanpak van psychosociale risico’s en de bevordering van de geestelijke gezondheid op de werkplek;
  • de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van praktische hulpmiddelen om stress en psychosociale risico’s op het werk in kaart te brengen en aan te pakken.

Wat moet een inzending aantonen?

De jury is op zoek naar bewijs van:

  • een daadwerkelijke, doeltreffende aanpak van psychosociale risico’s en werkgerelateerde stress;
  • innoverende maatregelen die gericht zijn op de werkplek;
  • de succesvolle uitvoering van maatregelen;
  • werkelijke en aantoonbare verbeteringen van veiligheid en gezondheid;
  • het feit dat rekening wordt gehouden met de diversiteit van het personeel;
  • daadwerkelijke participatie en betrokkenheid van werknemers en hun vertegenwoordigers;
  • de duurzaamheid van de maatregelen;
  • overdraagbaarheid naar andere werkplekken (ook in andere lidstaten en in het mkb/de kmo’s);
  • juiste timing (de maatregel moet van recente datum zijn of nog niet veel publiciteit hebben gehad).

Verder moet de maatregel in overeenstemming zijn met de wettelijkevereisten van de desbetreffende  lidstaat en in het ideale geval zelfs aan hogere eisen voldoen dan die minimumnormen. Van maatregelen die gericht zijn op individuen, zoals opleidingen, moet ook worden aangetoond hoe ze deel uitmaken van een bredere benadering van de aanpak van psychosociale risico’s op het werk.

Voorbeelden van goede praktijken mogen niet alleen met het oog op commercieel voordeel zijn ontwikkeld. Dat geldt voor producten, hulpmiddelen of diensten die op de markt (zouden kunnen) worden gebracht.

Wie kunnen er deelnemen?

Inzendingen kunnen worden ingestuurd door bedrijven en organisaties uit de lidstaten van de EU, kandidaat-lidstaten, potentiële kandidaat-lidstaten en de Europese Vrijhandelsassociatie, te weten:

  • individuele bedrijven;
  • bedrijven of organisaties in de toeleveringsketen van producten, apparatuur of personeel;
  • leveranciers van trainingen en de onderwijsgemeenschap;
  • werkgeversorganisaties, brancheorganisaties, vakbonden en nietgouvernementele organisaties;
  • regionale of lokale diensten voor preventie op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, verzekeringsdienstverleners en andere intermediaire organisaties;
  • officiële partners van de campagne „Een gezonde werkplek”.

Hoe kunt u deelnemen?

De awards voor goede praktijken worden op nationaal niveau gecoördineerd door EU-OSHA’s netwerk van focal points (www.healthy-workplaces.eu/fops). De netwerkpartner in uw land kan u meer informatie geven over hoe u aan de wedstrijd kunt deelnemen.

Inzendingen worden eerst op nationaal niveau beoordeeld. Daarna worden de nationale winnaars voorgedragen voor deelname aan de Europese competitie waar de algemene winnaars bekend worden gemaakt.

Als u een multinational of een Europese organisatie bent en tevens een officiële partner van de campagne „Een gezonde werkplek”, kunt u uw inzending rechtstreeks indienen bij EU-OSHA. Meer informatie over hoe u kunt meedoen aan de awards voor goede praktijken op Europees niveau kunt u vinden op gpa [at] healthy-workplaces [dot] eu

Sinds 2000 worden in het kader van de Awards voor goede praktijken uitmuntende en innovatieve initiatieven op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk (VGW) uit heel Europa erkend. De awards belichten de voordelen van een goede veiligheid en gezondheid op het werk en dienen daarbij als platform voor het uitwisselen en bevorderen van goede praktijken.

Deelname is een uitstekende manier om te laten zien dat uw organisatie zich inzet voor veiligheid en gezondheid op het werk. De wedstrijd kan ook een sterke motivatie zijn om binnen uw organisatie aan een betere veiligheid en gezondheid te werken.

De focal points van EU-OSHA selecteren per deelnemend land één winnaar voor de Awards voor goede praktijken. De winnaars van de Awards voor goede praktijken worden tijdens de topbijeenkomst “Een gezonde werkplek”, die in het laatste jaar van elke campagne wordt gehouden, in de kijker gezet en gehuldigd tijdens een speciale prijsuitreiking.

Deze prijs beloont de beste documentaire waarin de mens in een veranderende werkomgeving centraal staat. De film moet de effecten van politieke en economische verandering op de manier waarop wij werken en leven in beeld brengen, of werkgerelateerde thema’s zoals fysieke en psychosociale omstandigheden of bestaande en nieuwe risico’s op de werkplek.

U kunt informatie over de regels en deadlines voor inzendingen vinden op de website van Doclisboa.

Filmcriteria

Prijswinnaars: 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015, 2016, 2017, 2018, 2019, 2020, 2021, 2022, 2023, 2024, 2025

GHS is door veel landen over de hele wereld ingevoerd en wordt nu gebruikt als basis voor de internationale en nationale vervoersvoorschriften voor gevaarlijke goederen.

De gevaren van chemische stoffen worden gecommuniceerd in signaalwoorden en pictogrammen op etiketten en veiligheidsinformatiebladen.

Nieuwe pictogrammen in een rood kader vervangen de oude vertrouwde oranje gevaarsymbolen.

Nieuwe termen werden ingevoerd om oude te vervangen:

  • mengsels in plaats van preparaten;
  • in het Engels “hazardous” in plaats van “dangerous”;
  • pictogrammen in plaats van symbolen;
  • gevarenaanduidingen in plaats van waarschuwingszinnen;
  • veiligheidsaanbevelingen in plaats van veiligheidszinnen;
  • signaalwoorden (bijv. Gevaar, Waarschuwing) in plaats van de gevaaraanduidingen.

 

Download onze poster en folder met een uitleg van de gevarenpictogrammen

Bekijk Napo in... Pas op: chemische stoffen!

Indeling

In de meeste gevallen moeten de leveranciers beslissen over de indeling van een stof of mengsel. Dat wordt zelfindeling genoemd.

In sommige gevallen wordt de beslissing over de indeling van een chemische stof op EU-niveau genomen om adequaat risicobeheer te waarborgen. De lidstaten, fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers kunnen voorstellen om de indeling en etikettering van een bepaalde stof te harmoniseren in de hele Europese Unie. Er wordt ook informatie beschikbaar gesteld in de C&L-inventaris.

Het gaat daarbij doorgaans om de meest gevaarlijke stoffen: kankerverwekkende en mutagene stoffen, stoffen die giftig zijn voor de voortplanting of ademhalingssensibiliserende (inhalatieallergene) stoffen, biociden en gewasbeschermingsmiddelen. Alle in het verleden geharmoniseerde stofindelingen onder de vorige wetgeving (Richtlijn inzake gevaarlijke stoffen) zijn omgezet naar CLP-geharmoniseerde indelingen. Leveranciers zijn verplicht om deze geharmoniseerde indelingen en etiketteringen toe te passen.

Belangrijkste punten

  • Let op de nieuwe gevaarsaanduidingen en veiligheidsinformatiebladen (VIB’s).
  • Leid werknemers op zodat ze de nieuwe informatie op de CLP-etiketten begrijpen en herkennen.
  • Controleer of uw gebruik van de stof of het mengsel vermeld wordt op het VIB en niet wordt afgeraden.
  • Volg het advies op de nieuwe etiketten en de veiligheidsinformatiebladen.
  • Ga na of de indeling is veranderd.
  • Beoordeel de risico’s voor werknemers en werk uw risicobeoordeling voor de werkvloer zo nodig bij.
  • Als u een werkgever bent, deel deze wijzigingen mee aan uw werknemers.
  • Raadpleeg uw leverancier als u nog vragen hebt over de nieuwe etiketten of VIB’s.

Bron: DG Werkgelegenheid

Webpagina’s van ECHA over de indeling van stoffen en mengsels (23 talen van de EU )

Etikettering

Leveranciers moeten de verpakking van een stof of mengsel volgens CLP etiketteren voordat de stof of het mengsel op de markt wordt gebracht wanneer:

  • een stof wordt ingedeeld als gevaarlijk, of
  • een mengsel een of meer stoffen bevat die boven een bepaalde drempelwaarde als gevaarlijk worden ingedeeld.

OSHwiki-artikel over etikettering van chemische stoffen

Webpagina’s van ECHA over etikettering en verpakking (23 talen van de EU)

Inventaris van indelingen en etiketteringen

De Inventaris van indelingen & etiketteringen (C&L) is een database met basisinformatie over de indeling en etikettering van aangemelde en geregistreerde stoffen die is ontvangen van fabrikanten en importeurs. De inventaris bevat ook de lijst van juridisch bindende geharmoniseerde indelingen (bijlage VI bij de CLP-verordening). De inventaris wordt samengesteld en bijgewerkt door ECHA.

Nadere informatie

De zogeheten ‘Nieuwe aanpak’ betreft een vernieuwende manier van technische harmonisering, waarbij de verantwoordelijkheden worden verdeeld tussen de Europese wetgever en de Europese normalisatie-instellingen.

De ‘Nieuwe aanpak’ gaat uit van de volgende fundamentele beginselen:

  • In de Europese richtlijnen zijn de ‘essentiële eisen’ opgenomen, die moeten zorgen voor een hoog beschermingsniveau voor volksgezondheid, veiligheid, consumentenbescherming en milieubescherming. In het kader van de nieuwe aanpak zijn deze richtlijnen gefundeerd op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (oud artikel 95 VEG), dat voorziet in de mogelijkheid maatregelen aan te nemen ter verbetering van het vrije verkeer van goederen.
  • De taak om overeenkomstige geharmoniseerde normen op te stellen die voldoen aan de essentiële eisen van producten, zoals die zijn vastgesteld in de richtlijnen, ligt bij de Europese normalisatie-instellingen (CEN, Cenelec en ETSI).
  • Producten die voldoen aan de geharmoniseerde normen worden verondersteld te voldoen aan de overeenkomstige essentiële eisen (vermoeden van overeenstemming, CE-markering) en de lidstaten dienen het vrije verkeer van dergelijke producten te accepteren.
  • Het gebruik van deze normen blijft vrijwillig. Er zijn ook alternatieve normen mogelijk, maar fabrikanten hebben dan wel de plicht te bewijzen dat hun producten voldoen aan de essentiële eisen.

Meer specifieke informatie over de richtlijnen die onder de nieuwe aanpak zijn aangenomen, is te vinden in de rubriek Richtlijnen of op de volgende internetpagina‘s van de Europese Commissie:

 

Links naar Europese en internationale normalisatie-instellingen 

Nationale normalisatie-instellingen

Leden van CEN

Land Instelling/lid van CEN
Oostenrijk Austrian Standards International (ASI)
België Bureau de Normalisation/Bureau voor Normalisatie (NBN)
Bulgarije Българският институт за стандартизация (BDS)
Cyprus Κυπριακοσ Οργανισμοσ Τυποποιησησ (CYS)
Tsjechië Úřad pro technickou normalizaci, metrologii a státní zkušebnictví (ÚNMZ)
Denemarken Dansk Standard (DS)
Estland Eesti Standardikeskus (EVS)
Finland Suomen Standardisoimisliitto r.y. (SFS)
Frankrijk Association Française de Normalisation (AFNOR)
Duitsland Deutsches Institut für Normung e.V. (DIN)
Griekenland Ελληνικός Οργανισμός Τυποποίησης (ELOT)
Hongarije Magyar Szabványügyi Testület (MSZT)
IJsland Islenskir Stadlar (IST)
Ierland National Standards Authority of Ireland (NSAI)
Italië Ente Nazionale Italiano di Unificazione (UNI)
Letland Latvijas Standarts (LVS)
Litouwen Lietuvos Standartizacijos Departamentas (LST)
Luxemburg Institut Luxembourgeois de la normalisation, de l'accreditation, de la sécurité et qualité des produits et services (ILNAS)
Malta Malta Competition and Consumer Affairs Authority (MCCAA)
Nederland Nederlands Normalisatie-instituut (NEN)
Noorwegen Norsk Standard (SN)
Polen Polski Komitet Normalizacyjny (PKN)
Portugal Instituto Português da Qualidade (IPQ)
Roemenië Asociaţia de Standardizare Din România (ASRO)
Slowakije Slovenský ústav technickej normalizácie (SUTN)
Slovenië Slovenian Institute for Standardization (SIST)
Spanje Asociación Española de Normalización y Certificación (AENOR)
Zweden Swedish Standards Institute (SIS)
Zwitserland Schweizerische Normen-Vereinigung (SNV)

Leden van Cenelec  

Land Instelling/lid van Cenelec
Oostenrijk Österreichischer Verband für Elektrotechnik
België Comité Electrotechnique Belge / Belgisch Elektrotechnisch Comité
Bulgarije Българският институт за стандартизация (BDS)
Cyprus Κυπριακοσ Οργανισμοσ Τυποποιησησ (CYS)
Tsjechië Úřad pro technickou normalizaci, metrologii a státní zkušebnictví (ÚNMZ)
Denemarken Dansk Standard (DS)
Estland Eesti Standardikeskus (EVS)
Finland Sähkö- ja Elektroniikka-alan Kansallinen Standardointijärjestö (SESKO)
Frankrijk Union Technique de l'Electricité
Duitsland Deutsche Kommission Elektrotechnik Elektronik
Griekenland Ελληνικός Οργανισμός Τυποποίησης (ELOT)
Hongarije Magyar Szabványügyi Testület (MSZT)
IJsland Staðlaráð Íslands
Ierland Electro-Technical Council of Ireland Limited
Italië Comitato Elettrotecnico Italiano
Letland Latvijas Standarts (LVS)
Litouwen Lietuvos Standartizacijos Departamentas (LST)
Luxemburg Institut Luxembourgeois de la normalisation, de l'accreditation, de la sécurité et qualité des produits et services (ILNAS)
Malta Malta Competition and Consumer Affairs Authority (MCCAA)
Nederland Nederlands Normalisatie-instituut (NEN)
Noorwegen Norsk Elektroteknisk Komite
Polen Polski Komitet Normalizacyjny (PKN)
Portugal Instituto Português da Qualidade (IPQ)
Roemenië Asociaţia de Standardizare Din România (ASRO)
Slowakije Slovenský ústav technickej normalizácie (SUTN)
Slovenië Slovenian Institute for Standardization (SIST)
Spanje Asociación Española de Normalización y Certificación (AENOR)
Zweden SEK Svensk Elstandard
Zwitserland Electrosuisse

Richtlijn 89/391 - 'Kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid op het werk'
van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk - de 'kaderrichtlijn'.

In 1989 zorgde een aantal bepalingen van de kaderrichtlijn voor een aanzienlijke vernieuwing, onder meer:

  • De term ‘arbeidsmilieu’ werd gedefinieerd overeenkomstig Verdrag nr. 155 van de Internationale Arbeidsorganisatie en gaat uit van een moderne aanpak waarbij rekening wordt gehouden met zowel technische veiligheid als algehele preventie van een slechte gezondheid.
  • De richtlijn streeft ernaar te zorgen voor een gelijke mate van veiligheid en gezondheid voor alle werknemers (met als enige uitzondering huispersoneel en bepaalde overheids- en militaire activiteiten).
  • De richtlijn verplicht werkgevers passende preventieve maatregelen te nemen om het werk veiliger en gezonder te maken.
  • Een belangrijk aspect van de richtlijn is de introductie van het beginsel van risicobeoordeling. In de richtlijn worden de belangrijkste elementen daarvan gedefinieerd (onder andere identificatie van gevaren, betrokkenheid van werknemers, introductie van adequate maatregelen met als prioriteit de risico's bij de bron weg te nemen, documentatie en periodieke herbeoordeling van gevaren op de werkplaats).
  • De nieuwe verplichting om preventieve maatregelen te nemen, benadrukt impliciet het belang van nieuwe vormen van veiligheids- en gezondheidsbeheer als onderdeel van de algehele beheersprocessen.

De kaderrichtlijn diende eind 1992 te zijn omgezet in nationale wetgeving. De repercussies van de omzetting naar de nationale rechtsstelsels verschilden per lidstaat. In sommige lidstaten had de kaderrichtlijn ingrijpende wettelijke consequenties doordat de nationale wetgeving ontoereikend was, terwijl in andere lidstaten geen grote aanpassingen vereist waren.

In 2004 publiceerde de Europese Commissie een mededeling (COM (2004) 62) betreffende de praktische tenuitvoerlegging van de bepalingen van sommige van de richtlijnen, te weten 89/391/EEG (kaderrichtlijn), 89/654/EEG (arbeidsplaatsen), 89/655/EEG (arbeidsmiddelen), 89/656/EEG (persoonlijke beschermingsmiddelen), 90/269/EEG (manueel hanteren van lasten) en 90/270/EEG (beeldschermapparatuur). De mededeling gaf aan dat er bewijs was van de positieve uitwerking van de EU-wetgeving op de nationale normen voor veiligheid en gezondheid op het werk, te zien in zowel de nationale uitvoeringsbepalingen als in de praktische toepassing bij ondernemingen en overheidsinstellingen.

In het algemeen wordt in het verslag geconcludeerd dat de EU-wetgeving heeft bijgedragen aan het ontstaan van een preventiecultuur in de gehele Europese Unie, alsmede aan het stroomlijnen en vereenvoudigen van de nationale rechtsstelsels. Tegelijkertijd wordt in de mededeling echter de vinger gelegd op een aantal gebreken in de toepassing van de wetgeving, waardoor het potentieel van de wetgeving niet volledig wordt benut. Ook wordt erop gewezen dat in sommige gevallen inbreukprocedures zijn ingesteld.

15/06/2010

Downloadenin: en | bg | cs | da | de | nl | et | el | es | fr | it | lv | lt | hu | mt | pl | pt-pt | ro | sk | sl | fi | sv |