Klimaatrisico’s: Eén op de drie werknemers is blootgesteld en maakt zich zorgen over de gevolgen voor zijn gezondheid en veiligheid, blijkt uit nieuwe enquête Vinger aan de pols

Press releases

Back to press releases
For immediate release - 23/09/2025 - 09:00

Klimaatrisico’s: Eén op de drie werknemers is blootgesteld en maakt zich zorgen over de gevolgen voor zijn gezondheid en veiligheid, blijkt uit nieuwe enquête Vinger aan de pols

Image

© lawcain - stock.adobe.com

Een derde van de werknemers in de EU is blootgesteld aan de risico’s die verband houden met klimaatverandering, zoals extreme hitte, extreme weersomstandigheden of slechte luchtkwaliteit, zo blijkt uit een onderzoek van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA). Tegelijkertijd maakt 31 % van de werknemers zich zorgen over de gevolgen van milieurisico’s voor hun veiligheid en gezondheid op het werk.  

Deze inzichten maken deel uit van EU-OSHA’s meest recente werknemersenquête Vinger aan de pols 2025: Veiligheid en gezondheid op het werk in tijden van klimaatverandering en digitale ontwikkelingen biedt een actueel overzicht van de uitdagingen en risico’s die voortvloeien uit de klimaatverandering, digitalisering en de psychosociale werkomgeving waarmee Europese werknemers vandaag de dag te maken hebben. De enquête laat ook zien hoe werkplekken reageren om de veiligheid en gezondheid van werknemers te waarborgen. 

 

Klimaatverandering en veiligheid en gezondheid van werknemers  

33 % van de werknemers in de EU is blootgesteld aan ten minste één risicofactor in verband met klimaatverandering, waarbij 20 % melding maakt van blootstelling aan extreme hitte en 19 % aan slechte luchtkwaliteit. De blootstelling aan hitte is het hoogst in de sectoren die afhankelijk zijn van arbeid in de buitenlucht: 35 % van de werknemers in de landbouw, tuinbouw, bosbouw of visserij geeft aan in extreme hitte te werken, evenals een op de vier werknemers in de bouw en de energiesector. Bijna één op de tien werknemers geeft aan last te hebben van hittegerelateerde symptomen of ziekten zoals een hitteberoerte, duizeligheid of krampen. Bovendien krijgt meer dan één op de tien werknemers tijdens het werk te maken met intense zon, wat wordt erkend als een risicofactor voor kanker. 

Er zijn duidelijke regionale verschillen. Werknemers in Zuid-Europa worden het meest blootgesteld, wat een weerspiegeling is van frequentere hittegolven en de verslechtering van het milieu. Hoewel meer dan 50 % van de werkgevers preventieve maatregelen heeft genomen, zoals schaduwrijke rustplaatsen of aan de hitte aangepaste werktijden, verloopt de implementatie hiervan ongelijkmatig. Dit onderstreept de noodzaak van klimaatbestendige planning en investeringen in alle sectoren. 

Bovendien maakt één op de vijf werknemers zich zorgen dat hun huidige baan en taken veranderen als gevolg van genomen maatregelen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen. Dit weerspiegelt een groeiend gevoel vaneco-angst – de angst of het verdriet veroorzaakt door veranderingen in het milieu en hun mogelijke impact op de gezondheid. 

Stress en geestelijke gezondheid op het werk: aanhoudende druk en stigmatisering 

Problemen met de werkdruk blijven wijdverbreid in heel Europa, aangezien 44 % van de werknemers aangeeft onder grote tijdsdruk te staan of overbelast te zijn. In de gezondheids- en sociale zorgsector loopt dit cijfer op tot 50 %, waarbij 41 % zegt dat hun inspanningen onvoldoende worden erkend of beloond, wat aansluit bij de al langer bestaande bezorgdheid over burn-out en personeelstekorten in de sector. 

De bevindingen wijzen ook op aanhoudende stigmatisering rond geestelijke gezondheid; 48 % van de respondenten is van mening dat het onthullen van een psychisch probleem hun loopbaan zou kunnen schaden. Deze perceptie komt vooral voor bij jongere werknemers en werknemers met een lager salaris of een onzekere baan. De meeste werknemers zouden zich echter op hun gemak voelen om hun mentale gezondheid te bespreken met een leidinggevende of manager, wat erop wijst dat het stigma rond mentale gezondheid afneemt.  

De toegang tot ondersteuning varieert ook: 66 % van de werknemers in grote bedrijven heeft toegang tot informatie en training over stress en welzijn, tegenover slechts 42 % in micro-ondernemingen. Noord- en West-Europese landen bieden over het algemeen betere ondersteuning en hanteren een meer proactieve aanpak, terwijl andere landen pas beginnen met het op een gestructureerde manier aanpakken van mentale gezondheid. 

Digitalisering en autonomie op de werkplek 

De digitale transformatie van werk is in volle gang: negen op de tien werknemers in de EU gebruiken ten minste één digitale technologie in hun functie, en ongeveer één op de drie gebruikt geavanceerde tools zoals AI-gestuurde systemen, wearables of robots. 

25 % van de werknemers zegt dat digitale technologieën worden gebruikt om hun werk en gedrag te monitoren, en 27 % geeft aan dat taken automatisch via dergelijke systemen worden toegewezen. Deze praktijken roepen vragen op over het gebruik van gegevens, het vertrouwen van werknemers en het risico van buitensporige controle en overmatig management. Ze worden ook in verband gebracht met stress en mentale-gezondheidsproblemen. 

Bovendien kan digitalisering het takenpakket van werknemers aanzienlijk veranderen. Sommige werknemers voelen zich geïsoleerd, omdat ze minder mogelijkheden hebben om hun vaardigheden te gebruiken of beslissingen te nemen over hun werk. Dit onderstreept de noodzaak van meer transparantie, sociale dialoog en werknemersparticipatie bij de het nemen van beslissingen over de invoering van technologie. 

William Cockburn, uitvoerend directeur van EU-OSHA, zegt: 

“Deze bevindingen laten zien dat werknemers in heel Europa te maken hebben met complexe en steeds veranderende uitdagingen. Bijna drie op de tien werknemers kampen met stress, depressie of angst in verband met hun werk. Ongeveer een derde maakt zich zorgen dat de klimaatverandering hun veiligheid en gezondheid in gevaar zou kunnen brengen. Van het aanpassen van werkplekken aan de fysieke gevolgen van de klimaatverandering tot het verminderen van het stigma rond mentale gezondheid en het garanderen dat digitale hulpmiddelen ethisch worden geïntroduceerd – het beschermen van de veiligheid, gezondheid en waardigheid van de Europese beroepsbevolking moet een topprioriteit blijven. Dit is vooral belangrijk nu we het hoofd bieden aan de dubbele transitie van klimaat en digitale ontwikkelingen.”

Hulpmiddelen voor actie 

Ter ondersteuning van wetenschappelijk onderbouwde besluitvorming heeft EU-OSHA een pakket hulpmiddelen uitgebracht om gegevens om te zetten in actie. Het gaat onder meer om: 

 

Noot voor de redactie

 

De enquête Vinger aan de pols 2025 onderzoekt een reeks effecten van psychosociale risico’s, klimaatverandering en het gebruik van digitale technologieën op de werkplek op de geestelijke gezondheid van werknemers en gerelateerde maatregelen op de werkplek.  

De enquête is in april 2025 telefonisch uitgevoerd en bevat antwoorden van meer dan 28 000 werknemers in alle EU-lidstaten, plus IJsland, Noorwegen en voor het eerst ook Zwitserland.  

In de enquête van 2025 wordt informatie verzameld over werknemers en de belangrijkste kenmerken van hun baan. De nadruk ligt op de psychosociale en fysieke risico’s die voortvloeien uit het gebruik van digitale technologieën en de klimaatverandering, de gevolgen daarvan voor de veiligheid en gezondheid op het werk (VGW) en de maatregelen die op hun werkplek worden genomen om dergelijke risico’s te voorkomen. 

In deze editie wordt het toepassingsgebied uitgebreid met nieuwe psychosociale factoren die verband houden met digitalisering, zoals de beoordeling van vaardigheden en het gevoel zinvol werk te doen, en opkomende risico’s in verband met klimaatverandering, zoals eco-angst en kwalitatieve baanonzekerheid. Het omvat ook traditionele risico’s zoals onevenwichtigheid tussen inspanning en beloning en kwantitatieve baanonzekerheid. Sociodemografische variabelen - leidinggevende vs. niet-leidinggevende functies en migrantenstatus (eerste en tweede generatie) – vergroten het vermogen van de enquête om de diverse ervaringen van werknemers te weerspiegelen. 

De dataset wordt in 2026 beschikbaar gesteld aan onderzoekers.