Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen
Overgaan naar content. Zoeken FAQ Help Over ons

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk

OSHA-netwerk
U bent hier: Home Thema's Aandoeningen aan het bewegingsapparaat Europese wettelijke vereisten met betrekking tot beroepsgerelateerde aandoeningen aan het bewegingsapparaat.

Europese wettelijke vereisten met betrekking tot beroepsgerelateerde aandoeningen aan het bewegingsapparaat.

Inleiding

Europese wettelijke vereisten met betrekking tot aandoeningen aan het bewegingsapparaat omvatten internationale verdragen en normen, en Europese richtlijnen en normen.

Op internationaal niveau heeft de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) een aantal verdragen gesloten met betrekking tot aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Voordat deze verdragen in juridische verbintenissen werden omgezet, moesten ze eerst door een bepaald aantal lidstaten worden geratificeerd.

Op Europees niveau zijn verschillende richtlijnen gepubliceerd die direct of indirect verband houden met aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Een Europese richtlijn moet eerst in elke lidstaat in nationaal recht worden omgezet voordat deze in werking kan treden. Over het algemeen stelt de richtlijn de overeengekomen doelstellingen vast die de lidstaten moeten nastreven, maar kunnen de lidstaten zelf invulling geven aan de wijze waarop deze doelstellingen moeten worden bereikt. Deze richtlijnen worden gecomplementeerd door een aantal Europese normen, die de verdere bijzonderheden bevatten of tenuitvoerlegging van de richtlijnen mogelijk maken.

De International Organisation of Standardisation (ISO) heeft internationale normen vastgesteld voor ergonomische vereisten voor werkplekken, methoden van risicobeoordeling en andere aspecten die verband houden met aandoeningen aan het bewegingsapparaat.

IAO-verdragen

  • C127 – Verdrag inzake maximumgewichten
    Datum aanname: 28.06.1967
    Belangrijkste vereisten:
    1. geen enkele werknemer mag een last dragen die vanwege het gewicht ervan zijn of haar gezondheid in het geding brengt;
    2. iedere werknemer die zelf lasten moet transporteren, moet een adequate opleiding en/of instructies dienaangaande ontvangen;
    3. indien mogelijk moeten geschikte technische hulpmiddelen worden gebruikt voor het handmatig verplaatsen van lasten.
  • C148 – Werkomgeving (luchtvervuiling, lawaai en trillingen) 
    Datum aanname: 20.06.1977 
    Belangrijkste vereisten:
    1. de werkomgeving moet zoveel mogelijk vrij worden gehouden van gevaarlijke trillingen;
    2. de werkgever stelt zo nodig persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking;
    3. alle personen die met trillingen te maken hebben moeten worden voorgelicht en geïnstrueerd met betrekking tot manieren om de risico's te minimaliseren.
  • C155 – Veiligheid en gezondheid van de werknemers 
    Datum aanname: 22.06.1981 
    Dit verdrag verplicht beleidsmakers en werkgevers ervoor te zorgen dat arbeidsplaatsen, machines en apparatuur veilig zijn en geen gevaar voor de gezondheid vormen.
  • C167 – Veiligheid en gezondheid in de bouw 
    Datum aanname: 20.06.1988
    Dit verdrag is alleen van toepassing op mensen die in de bouw werkzaam zijn. Het stelt eisen aan hefapparatuur en -gerei, transportmiddelen, grondwerkmachines en apparatuur voor het hanteren van materialen in de bouw.
  • C184 – Veiligheid en gezondheid in de landbouw
    Datum aanname: 21.06.2001
    Dit verdrag is alleen van toepassing op mensen die in de landbouw werkzaam zijn. Het stelt eisen aan machineveiligheid en ergonomie, en voor het omgaan met en transporteren van materialen in de landbouwsector.

Europese richtlijnen

  • 89/391/EEG 
    Deze algemene kaderrichtlijn betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk heeft niet direct betrekking op aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Werkgevers worden echter wel verplicht de nodige maatregelen te treffen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers in alle aspecten van hun werk te beschermen.
  • 89/654/EEG 
    Deze richtlijn betreft de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor in gebruik zijnde en in gebruik te nemen arbeidsplaatsen. De voorschriften met betrekking tot bewegingsruimte op de werkplek zijn van belang in het kader van preventie van aandoeningen aan het bewegingsapparaat.
  • 89/655/EEG  - 89/656/EEG 
    De Richtlijnen 89/655/EEG en 89/656/EEG hebben betrekking op de geschiktheid van arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, hetgeen van invloed is op het risico op aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Alle persoonlijke beschermingsmiddelen moeten afgestemd zijn op de ergonomische eisen en de gezondheid van de werknemer, en na de nodige aanpassingen geschikt zijn voor de drager.
  • 90/269/EEG 
    Deze richtlijn beschrijft de verplichtingen van werkgevers met betrekking tot het manueel hanteren van lasten met gevaar voor rugletsel.
  • 90/270/EEG 
    Deze richtlijn geeft minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur, de omgeving en interface mens/machine. Werkgevers moeten een analyse van de werkplekken verrichten om de omstandigheden inzake veiligheid en gezondheid te evalueren, en passende maatregelen nemen om de daarbij vastgestelde risico's te ondervangen.
  • 93/104/EG
    Deze richtlijn betreft de organisatie van de arbeidstijd. Factoren als repetitief werk, eentonig werk en vermoeidheid kunnen het gevaar van aandoeningen aan het bewegingsapparaat vergroten. Deze richtlijn bevat voorschriften met betrekking tot pauzes, wekelijkse rusttijden, jaarlijkse vakantie, nacht- en ploegenarbeid en het werkrooster.
  • 98/37/EG
    Deze richtlijn betreft machines. Bij het ontwerp van machines moet rekening worden gehouden met de beginselen van de ergonomie, zodat hinder, vermoeidheid en psychische belasting (stress) van de bediener tot een minimum beperkt blijven. Ergonomische beginselen moeten ook worden toegepast bij bedieningsapparaten, persoonlijke beschermingsmiddelen en zitplaatsen van bestuurders. Machines moeten zodanig zijn ontworpen dat risico's ten gevolge van trillingen tot een minimum beperkt blijven. De richtlijn omvat eveneens belangrijke informatie omtrent beveiliging tegen mechanische risico's, zoals het gevaar voor breuken tijdens het gebruik.
  • 2002/44/EG 
    Deze richtlijn stelt de grenswaarden voor blootstelling aan hand-armtrillingen en lichaamstrillingen vast. Werkgevers moeten de risico's beoordelen, blootstelling voorkomen of verminderen en hun werknemers zodanig voorlichten en opleiden dat zij de trillingsrisico's minimaliseren. De richtlijn geeft tevens voorschriften voor het gezondheidstoezicht op werknemers.
  • 2006/42/EG 
    Deze richtlijn betreft machines, verwisselbare uitrustingsstukken, veiligheidscomponenten, hijs- en hefgereedschappen, kettingen, kabels en banden, verwijderbare mechanische overbrengingssystemen en niet voltooide machines. De richtlijn omvat daarnaast ook essentiële gezondheids- en veiligheidseisen met betrekking tot het ontwerp en de bouw van machines.

Normen

Enkel de normen met duidelijke relevantie voor aandoeningen aan het bewegingsapparaat worden in enig detail beschreven.

  • EN 614: Veiligheid van machines – Ergonomische ontwerpprincipes
    Deze basisnorm geeft regels die met name bij het ontwerp van machines toegepast moeten worden. De ergonomische regels voor de ontwerpers houden rekening met de gezondheid en veiligheid van de bedieners, in alle aspecten van hun werk. De norm bestaat uit twee delen:
    1. EN 614-1: Veiligheid van machines – Ergonomische ontwerpprincipes.
      Terminologie en algemene principes
      Deze norm geeft algemene regels voor het ontwerpproces, rekening houdend met antropometrie en biomechanica, controle-aandrijvingen, interactie met de fysieke werkomgeving, lawaai, trillingen, thermische emissies, verlichting, gevaarlijke stoffen en straling, alsmede met interacties in het werkproces.
    2. EN 614-2: Veiligheid van machines – Ergonomische ontwerpprincipes.
      Interactie tussen het ontwerp van machines en werktaken
      Deze norm geeft de belangrijkste regels voor de integratie van ergonomische principes in het ontwerpproces. Er worden beschrijvingen gegeven van goed ontworpen werktaken, methoden voor het ontwerp van werkprocessen en de beoordeling van werkprocesontwerpen.
  • EN 1005: Veiligheid van machines. Menselijke fysieke belasting
    Deze norm biedt uitgebreide informatie over de aan werktaken verbonden risico's voor het bewegingsapparaat en manieren om deze te verkleinen. De norm bestaat uit vijf delen: vier daarvan zijn reeds goedgekeurd, de vijfde wordt voorbereid door de Technische Commissie "Ergonomie" CEN/TC 122.
    1. EN 1005-1: Veiligheid van machines. Menselijke fysieke belasting.
      Termen en definities
      Deze norm omvat termen en definities, basisbegrippen en parameters voor alle onderdelen van EN 1005. De termen en definities betreffen de bewegingen van de ledematen tijdens het werk, manieren van vasthouden, op werkplekken aangetroffen voorwerpen, lichaamshouding, werkduur en herstel.
    2. EN 1005-2: Veiligheid van machines. Menselijke fysieke belasting.
      Handmatig hanteren van objecten bij machineonderdelen
      Deze norm geeft ergonomische aanbevelingen voor het ontwerp van machines en machineonderdelen die handmatige gehanteerd worden, zowel in bedrijfsmatige als huishoudelijke omgevingen. De toepassing beslaat de handmatige verplaatsing van machines, machineonderdelen en door de machine bewerkte voorwerpen (invoer/uitvoer) van 3 kg of meer, over afstanden van minder dan 2 meter. Er worden methoden voor risicobeoordeling gegeven met betrekking tot handmatige verplaatsing, op basis van een systeem met drie zones. De norm heeft geen betrekking op voorwerpen die enkel worden vastgehouden (zonder te lopen), die worden voortgeduwd of -getrokken, of die in zittende positie worden gemanipuleerd.
    3. EN 1005-3: Veiligheid van machines. Menselijke fysieke belasting.
      Aanbevolen maximale krachten bij machinewerkzaamheden
      Deze norm biedt machinefabrikanten richtsnoeren voor het minimaliseren van gezondheidsrisico's ten gevolge van de uitoefening van spierkracht. De norm geeft methoden voor het bepalen van spiercapaciteit bij volwassenen. Spierkracht wordt zowel beschouwd wanneer het lichaam statisch is als wanneer het in beweging is. De norm biedt ook een procedure om te beoordelen hoe groot het risico is dat tijdens het werk overbelasting optreedt, mogelijk met aandoeningen aan het bewegingsapparaat tot gevolg.
    4. prEN-1005-4: Veiligheid van machines. Menselijke fysieke belasting.
      Evaluatie van werkhoudingen en bewegingen bij machinewerkzaamheden
      Deze norm biedt richtsnoeren voor het ontwerp van machines en machineonderdelen en helpt bij de beoordeling en beheersing van gezondheidsrisico's ten gevolge van werkhoudingen en -bewegingen bij machinewerkzaamheden. De norm geeft een indeling in verschillende soorten (en gradaties) buigingen van de romp, houdingen van de bovenarm, buigingen en draaiingen van de nek en kijkrichtingen. Werkhoudingen worden geclassificeerd als acceptabel, acceptabel onder voorwaarden en onacceptabel, afhankelijk van het soort en de bewegingsfrequentie.
    5. prEN1005-5: Veiligheid van machines. Menselijke fysieke belasting.
      Risicobeoordeling voor repetitieve handelingen
      Deze norm biedt een risicobeoordelingsmethode en richtsnoeren voor het terugbrengen van de gezondheidsrisico's van repetitieve handelingen. Met deze norm kan het risico op aandoeningen aan het bewegingsapparaat worden bepaald, vooral waar het gaat om de gevolgen van repetitieve taken voor de bovenste ledematen.
  • EN ISO 9241: Ergonomische eisen voor kantoorarbeid met beeldschermen (VDT's)
    1. EN ISO 9241-4: Ergonomische eisen voor kantoorarbeid met beeldschermen (VDT's). Eisen voor het toetsenbord.
      Deze norm voor toetsenborden voor een vaste werkplek geeft richtlijnen voor het ontwerp van toetsenborden voor typische kantoortaken, met speciale aandacht voor de mogelijkheden en beperkingen van gebruikers. De norm heeft betrekking op algemene ontwerpaspecten van toetsenborden die van invloed kunnen zijn op aandoeningen aan het bewegingsapparaat, zoals de hellingshoek en de plaatsing van het toetsenbord, maar ook het oppervlakteprofiel en de materiaaleigenschappen ervan.
    2. EN ISO 9241-5: Ergonomische eisen voor kantoorarbeid met beeldschermen (VDT's). Eisen voor de werkplek en de lichaamshouding
      Deze norm geeft ergonomische principes voor gebruikerseisen, ontwerp en inkoop van werkplekapparatuur voor kantoortaken waarbij beeldschermen worden gebruikt. Er is algemene informatie over lichaamshoudingen, tafel- en bureaubladen, bureaustoelen en inrichting van de werkruimte. 
    3. EN ISO 9241-9: Ergonomische eisen voor kantoorarbeid met beeldschermen (VDT's). Eisen voor andere bedieningsmiddelen dan toetsenborden.
      Deze norm geeft eisen en aanbevelingen voor het ontwerp van invoerapparatuur anders dan toetsenborden. Voorbeelden daarvan zijn muis, puck, joystick, trackball, tablet met overlay, aanraakscherm, stylus en lichtpen. De norm heeft betrekking op biomechanische belasting, waarbij speciale aandacht uitgaat naar houding (werken vanuit een houding die niet onnodig afwijkt van een natuurlijke houding), inspanning (werken zonder bovenmatige inspanning) en gebruikerstraining.
  • prEN 13921: Persoonlijke beschermingsmiddelen – Ergonomische principes
    Deze norm biedt richtsnoeren voor algemene ergonomische eigenschappen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's). Het gaat hierbij vooral om principes die te maken hebben met de antropometrische eigenschappen van PBM's en de biomechanische interactie tussen PBM's en het menselijke lichaam.
  • EN ISO 12100: Veiligheid van machines — Basisbegrippen, algemene ontwerpbeginselen
    1. EN ISO 12100-1: Veiligheid van machines — Basisbegrippen, algemene ontwerpbeginselen. Basisterminologie, methodologie
    2. EN ISO 12100-2: Veiligheid van machines — Basisbegrippen, algemene ontwerpbeginselen. Technische beginselen
      Deze normen laten zien hoe machines die niet goed aansluiten op de eigenschappen en mogelijkheden van het menselijke lichaam kunnen leiden tot fysiologische aandoeningen (zoals aandoeningen aan het bewegingsapparaat), maar ook tot psycho-fysiologische problemen en extra menselijke fouten. Ze bieden onder andere richtsnoeren voor ergonomische aspecten als het voorkomen van ongemakkelijke houdingen, lawaai, gebruiksgemak en trillingen.

Nationale regelgeving

  • Bij de interpretatie van Richtlijn 90/269/EEG betreffende de minimum veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor het manueel hanteren van lasten met gevaar voor met name rugletsel voor de werknemers, richten de meeste lidstaten zich op het bepalen van maximumlasten. Sommige landen hebben echter gekozen voor een verdergaande benadering.
    De Zweedse voorschriften hebben bijvoorbeeld betrekking op alle werkhoudingen en -bewegingen. Het toezicht van de fabrieksinspectie op toepassing van de voorschriften gaat veel verder dan wat in de richtlijn is voorgeschreven: naast de voor de hand liggende aspecten die specifiek te maken hebben met het tillen van zware lasten, richt het zich op alle repetitieve werkzaamheden, werkhoudingen, de ergonomie van arbeidsmiddelen en werkruimtes, en ook op de noodzaak voor werknemers om hun werkzaamheden af te wisselen als ze daar behoefte aan hebben. Werkgevers dienen de verbanden tussen mechanische en psychosociale risicofactoren in het kader van MSD's te beoordelen en moeten richtsnoeren geven voor het uitvoeren van risicobeoordelingen in verschillende situaties.
  • Richtlijn 90/270/EEG betreffende de minimumgezondheids- en veiligheidsvoorschriften voor werk met beeldschermapparatuur.
    De richtlijn beperkt het gezondheidstoezicht tot ogentests en richt zich niet speciaal op andere gezondheidsrisico's (met name aandoeningen aan het bewegingsapparaat). Op grond van nationale wetgeving zijn werknemers in Frankrijk en België die in die landen met beeldschermen werken, verplicht zich onder speciaal medisch toezicht te plaatsen (hoe dat er precies uit moet zien is niet nader bepaald), waardoor bedrijfsgeneeskundige diensten meer gelegenheid krijgen zich te wijden aan preventieve activiteiten voor deze werknemers. In Finland is het medische toezicht uitdrukkelijk uitgebreid tot de ‘algemene gezondheidstoestand’ en in Italië met ‘aandoeningen aan het bewegingsapparaat’.