Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen
Overgaan naar content. Zoeken FAQ Help Over ons

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk

OSHA-netwerk
U bent hier: Home Thema's Ongevallenpreventie Minder arbeidsongevallen: advies voor werkgevers

Minder arbeidsongevallen: advies voor werkgevers

3. Glij-, struikel- en valpartijen


Glij-, struikel- en valpartijen zijn de belangrijkste oorzaken van ongevallen in alle bedrijfssectoren, van kantoorwerk tot de zware industrie. Maar het risico op letsel kan al met eenvoudige maatregelen worden verminderd. Waar mogelijk moet worden gewerkt aan bestrijding van het risico aan de bron; bijvoorbeeld door ongelijke vloeroppervlakken te egaliseren. Als het risico niet kan worden weggenomen, moet eerst worden gekeken naar de mogelijkheid van vervanging (bijvoorbeeld vloeren op een andere manier schoonmaken) en vervolgens naar afsluiting (afscheidingen plaatsen om medewerkers van de natte vloer te houden). Ten slotte kunnen risico's in de hand worden gehouden door middel van bescherming, bijvoorbeeld door het dragen van schoeisel met antislipzolen. Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten pas worden ingezet als alle mogelijkheden op het gebied van technische oplossingen en collectieve beschermingsmaatregelen zijn uitgeput.

Doelmatige preventie

  • Goede inrichting — houd de werkomgeving schoon en netjes, en vloeren en toegangsroutes vrij van obstakels. Verwijder afval regelmatig, zodat het zich niet ophoopt.
  • Reiniging en onderhoud — afval moet regelmatig worden verwijderd en werkplekken moeten vrij worden gehouden. Schoonmaakmethoden en -middelen moeten geschikt zijn voor het desbetreffende oppervlak.
  • Verlichting — zorg voor goede verlichting, waarbij de lampen zodanig zijn verdeeld dat alle vloeroppervlakken even goed verlicht zijn en alle mogelijke gevaren, versperringen en verontreinigingen duidelijk zichtbaar zijn.
  • Vloeren moeten regelmatig worden nagekeken op beschadigingen en zo nodig worden onderhouden. Mogelijke varen worden gevormd door gaten, breuken, scheuren en losliggende vloerbedekking en matten. Vloeroppervlakken moeten geschikt zijn voor het werk dat er wordt uitgevoerd: ze moeten bestand zijn tegen de oliën en chemicaliën die in productieprocessen worden gebruikt. Bestaande vloeren kunnen minder glad worden gemaakt met behulp van coatings of een chemische behandeling.
  • Trappen — trapleuningen, antisliplagen op treden, goede zichtbaarheid en antislipmarkeringen op de randen van traptreden en goede verlichting kunnen glij- en struikelpartijen op trappen helpen voorkomen.
  • Vloeistoffen op de vloer — ruim op de vloer gemorste vloeistoffen onmiddellijk op, met behulp van een geschikte schoonmaakmethode. Geef met waarschuwingstekens aan waar de vloer nat is en zorg voor alternatieve routes.
  • Versperringen — verwijder deze waar mogelijk. Als dat niet kan, gebruik dan geschikte afscheidingen en waarschuwingen.
  • Losliggende kabels — plaats apparatuur zodanig dat er geen kabels of snoeren liggen waar mensen lopen. Gebruik vloerafdekplaten om kabels veilig op de vloer te bevestigen.
  • Schoeisel — medewerkers moeten passend schoeisel dragen. Houd rekening met het soort taak, het type vloeroppervlak, normale vloercondities en de slipbestendige eigenschappen van de zolen.
  • Werkplekken in de buitenlucht moeten zodanig worden ingericht dat risico's zo klein mogelijk zijn, bijvoorbeeld door het aanbrengen van antislipmaatregelen bij mogelijke ijsvorming, en geschikt schoeisel.